Algemene werkwijze

Het werk van de Trombosedienst

Wanneer uw huisarts, verpleeghuisarts of medisch specialist het noodzakelijk vindt, wordt u behandeld met een antistollingsmiddel. Als dat Acenocoumarol of Fenprocoumon is (of in uitzonderlijke gevallen Warfarine), dan is hierbij verdere begeleiding nodig door de trombosedienst.

De dosis van deze middelen kan per cliënt en per moment verschillen.  Daarom moet het effect op de bloedstolling van de middelen regelmatig met een stollingstest (de INR-meting) gemeten worden. Op grond van deze INR-waarde kan de juiste dosering voor de komende tijd worden vastgesteld.

In zijn meest eenvoudige vorm ziet de behandeling er als volgt uit:

1. U wordt aangemeld bij de trombosedienst en krijgt van de huisarts of specialist alvast tabletten en een dosering voor de eerste 3 of 4 dagen.

2. Voor de eerste kennismaking en informatie uitwisseling komt de trombosedienst bij u aan huis. Tevens vindt er een bloedafname plaats.

3. In het laboratorium van het ziekenhuis Gelderse Vallei wordt uw INR-waarde bepaald. De artsen van de trombosedienst stellen daarna de benodigde medicatie vast en wanneer de volgende INR-waarde bepaald moet worden.

4. U ontvangt de volgende dag een doseerkalender per post. Hierop staat de dosering en de datum van de volgende controle. Het is mogelijk om uw dossier bij de trombosedienst digitaal te raadplegen.

In specifieke situaties kan er dezelfde dag een aanpassing van uw dosering nodig zijn. U wordt dan direct gebeld door één van de medewerkers van de trombosedienst.

Om het gemak voor de cliënt te vergroten biedt de trombosedienst u een  zelfmanagement programma aan.  Hierbij wordt u actief bij uw behandeling betrokken.

Instructies en tips voor Trombosepatiënten